Een ontmoedigende brief  
Home > Thema's > Kerk zijn > Liturgie > Een ontmoedigende brief
Abt Ton Baeten
14/6/08

Een ontmoedigende brief

De Nederlandse bisschoppen hebben naar aanleiding van Sacramentsdag, dit jaar gevierd op zondag 25 mei, een brief aan de priesters (zie hieronder, Red.) geschreven, waarin zij aandringen op een meer eerbiedige houding tijdens het vieren van de Eucharistie en op het onderhouden van vastgestelde regels ten aanzien van de riten, die bij de Eucharistie gebruikt worden. Hoewel deze brief een persoonlijk karakter heeft, namelijk uitdrukkelijk bedoeld voor de priesters alleen, sporen de bisschoppen tegelijk de priesters aan hun liturgische medewerkers van de inhoud ervan op de hoogte te stellen, reden waarom ik deze brief publiekelijk aan de orde durf te stellen.

Mijn voornaamste bezwaar tegen deze brief is, dat zij de priesters en hun medewerkers eerder ontmoedigt dan inspireert. Natuurlijk hebben de bisschoppen het recht hun mening te laten horen, maar wanneer daarmee de integriteit van de priesters als hun medewerkers in twijfel wordt getrokken, voel ik me namens velen van hen verplicht daartegen te protesteren. Natuurlijk zijn er ook priesters die de brief toejuichen. Zij zijn echter van een andere generatie dan wij ouderen, die aan de ontwikkelingen van de tijd vorm hebben proberen te geven, weliswaar met gebreken die echter niet van dien aard zijn, dat ons nu een lesje geleerd moet worden. De jongere generatie is bovendien met wetten en regels gevormd, terwijl de ouderen zich hebben laten vormen door het leven zelf.

Laat ik enkele voorbeelden uit de brief geven. De priesters moeten voortaan weer leren knielen tijdens de Mis, waar langzamerhand het buigen in zwang gekomen is. Is buigen minder eerbiedig dan knielen? Misschien eerder het omgekeerde. Men buigt diep voor een hogergeplaatst persoon, om zijn eerbied te betuigen. Zo moeten de priesters zich ook houden aan de voorgeschreven gebeden, met name in het Eucharistisch gebed. Over Tafelgebed mag niet meer gesproken worden. De doxologie op het einde van het Eucharistisch gebed mag niet meer door de gelovigen meegebeden worden, waar deze gewoonte ontstaan is als instemming van de gemeente met het eucharistisch gebeuren. Het koor mag niet meer vóór het tabernakel gaan staan, omdat daardoor de ruimte voor het tabernakel, waar het Allerheiligste bewaard wordt, afgesloten wordt. De communie mag niet thuis bewaard worden, maar moet  steeds in een brand- en inbraakveilig tabernakel staan. Intercommunie is uit den boze en moet altijd vermeden worden. Communiceren onder twee gedaanten – brood en beker – is in uitzonderingsgevallen geoorloofd, maar ook dan mag de communicant zelf het brood niet indopen in de beker. Dit moet de priester zelf doen en het in de mond van de communicant stoppen. Vóór het communiceren moeten waarschuwende teksten gebruikt worden, die onwaardige deelnemers verhindert aan de communie deel te nemen en ga zo nog maar even door.

Hoewel bedoeld, om de eerbied voor de Eucharistie te bevorderen, spreekt uit deze brief de kleinzieligheid van de schrijvers. Ik kan me ook niet voorstellen, dat alle leden van de Bisschoppenconferentie de inhoud ervan onderschrijven. Tussen de regels door lees je de verdeeldheid onder hen en de overheersing van enkelen onder hen. Het is in en in droevig, dat de bisschoppen hun medewerkers in het priesterschap zo benaderen en via hen de kleine groep gelovigen, die nog proberen serieus gestalte te geven aan hun kerk-zijn vandaag. Denken de bisschoppen op deze manier de kerk naar de toekomst gestalte te geven? Ze mikken met deze brief eerder op een sektarische kerk, die bestaat uit een kleine groep van gezagsgetrouwen, die zich aan wetten en regels houden.

Wanneer mogen we van de bisschoppen eens een bemoedigend getuigenis horen in deze onzekere tijden? Wanneer mag de oudere generatie priesters eens te horen krijgen, dat zij het in de moeilijke situatie, waarin zij de kerk gediend hebben en waarin steeds meer een beroep op hen gedaan wordt, goed gedaan hebben? Een lesje leren doe je kleine kinderen, die hun weg in het leven nog moeten zoeken. Om oudere priesters te ontmoedigen, volwassen mannen die de kerk een goed en trouw hart toedragen, moet je niet zulk een brief schrijven, die hen bijna vernedert.

Hoewel er op deze brief nauwelijks een publieke reactie gegeven werd, voelde ik me gedwongen dit wel te doen vanuit een oprechte bekommernis met de vele priesters en goedwillende gelovigen, die de kerk vandaag proberen te dragen.

Ton Baeten

Ton Baeten is Norbertijner monnik van de Abdij van Berne te Heeswijk waar hij de 67e abt was van 1982 tot 2000.

 

- o - o - o - o - o - o - o -

 

ROOMS-KATHOLIEKE BISSCHOPPENCONFERENTIE

BRIEF VAN DE BISSCHOPPEN 
VAN DE NEDERLANDSE KERKPROVINCIE
AAN DE PRIESTERS
OVER DE VIERING VAN HET SACRAMENT VAN DE EUCHARISTIE

Elk jaar viert de Kerk op Witte Donderdag de instelling van het sacrament van de Eucharistie en de instelling van het sacrament van het priesterschap. Er bestaat immers een wezenlijke band tussen beide sacramenten. In de Eucharistie beleeft de priester zijn diepste zending vanuit Christus, die priester, altaar en offerlam tegelijk is. Door zijn wijding is de priester aangesteld om in de naam van Christus het offer te hernieuwen tot verlossing van de mensen en om het paasmaal aan te richten voor het volk van God (vgl. prefatie van Witte Donderdag en van de priesterwijding). Daarom ervaart de priester de viering van het misoffer als het hart van zijn roeping en van zijn zending tot verlossing van de wereld.

Ook het feest van Sacramentsdag roept ons jaarlijks weer op om de heilige geheimen van het Lichaam en Bloed van de Heer met zo grote eerbied te vieren, dat wij de genade van zijn verlossing voortdurend ervaren (vgf. het misformulier van deze dag in het Altaarmissaal, p. 535). In de viering van de Eucharistie voeden wij ons met het Woord van God en het vleesgeworden Woord van God, Jezus Christus.

Niet alleen dan, maar elk misoffer vraagt om een waardige en eerbiedige viering. Graag willen wij dit nog eens onder uw aandacht brengen in deze bisschoppelijke Brief ­uiteraard niet om deze vrijblijvend te lezen, maar om de geest ervan te doorgronden en zich eigen te maken. Wij vragen dat u uw eigen praktijk van liturgie-vieren, alsmede het liturgisch gebruik van uw kerkgebouw zorgvuldig onderzoekt. Waar dat nodig is, dient u tot bijstellingen te komen. 

Liefdevolle eerbied en aanbidding

Het sacrament van de liefde, de eucharistische Heer in ons midden, verdient alle eer, niet alleen tijdens de viering, maar ook daarbuiten. Het is van groot belang dat wij als gelovigen leven in en vanuit een eucharistische spiritualiteit van eerbied en aanbidding voor de tegenwoordigheid van Christus in het heilig sacrament. Daarom mag, zoals de heilige Augustinus schreef "niemand dit Vlees eten, als hij Het niet van te voren aanbeden heeft" (Enarrationes in psalmos, 98, 9). Dit blijkt onder andere uit het feit dat de gelovigen knielen bij het binnenkomen of verlaten van de gewijde ruimte waar het H. Sacrament wordt bewaard. Zo ook knielt de priester voor de eucharistische gedaanten na de consecratie en voorafgaand aan de uitnodiging tot het communiceren. De Eucharistie is het kostbaarste geschenk dat aan de Kerk is toevertrouwd. En al wat kostbaar is, wordt met zorg en liefde omringd. Wij nodigen u allen uit deze zorg en liefde te verdiepen en veilig te stellen.

De laatste jaren heeft de Apostolische Stoel al op meerdere wijzen de zorg en liefde voor de Eucharistie centraal gesteld.(1) In die lijn moedigen wij ook ten zeerste aan dat elke priester dagelijks het heilig misoffer opdraagt, waarbij de gelovigen aanwezig kunnen zijn. In onze adventsbrief van 2007 Komt laat ons Hem aanbidden... hebben wij al gesproken over het belang van de Eucharistie in het leven van de gelovigen en hebben wij een nadere toelichting aangekondigd.

1. De liturgie van de Eucharistie 

De liturgie is bovenal het werk van Jezus Christus, de hogepriester (vg!. Constitutie over de liturgie, Sacrosanctum Concilium, art. 7).

Om dit diepe geloof veilig te stellen en in eerbied te behouden vraagt de beleving van de liturgie zowel om gewijde stilte en concentratie voorafgaand aan de viering in sacristie, kerk en oksaal, alsook om dezelfde houding tijdens de viering, met name telkens na de gebedsoproep door de priester en na het communiceren.

De Kerk heeft de viering van de Eucharistie met zorg omgeven en aan richtlijnen gebonden. Zo zal de priester de voorgeschreven volgorde en elementen van de ritus nauwgezet volgen en uitsluitend gebeden uit de goedgekeurde liturgische boeken gebruiken. Alleen de priester spreekt 'in persona Christi' de oraties en het eucharistisch gebed uit. We herinneren eraan dat ook het eind van het eucharistisch gebed (de doxologie van het "Door Hem en met Hem.. .") alleen door de celebrerende priester(s) wordt uitgesproken.

De eerbied en zorg voor het heilige dienen ook tot uitdrukking te komen in de liturgische taal; zo spreken we over het 'eucharistisch gebed' en niet over 'tafelgebed'.

2. Altaar, ambo en de ruimte erbij

De centrale plaats van altaar en ambo dient gewaarborgd te zijn. Vanuit het kerkschip gezien wordt de ruimte achter ambo en altaar steeds vrijgehouden. In elke kerk behoort een vast altaar te staan (vg!. Algemeen Statuut van het Romeins Missaal, 2002, art. 298). Bij het tabernakel - dat een waardige plaats moet hebben - brandt dag en nacht de godslamp, die ons eraan herinnert dat de opgestane Heer hier blijvend onder ons is in de geconsacreerde Hosties. Het tabernakel dient brandveilig en inbraakvrij te zijn. De plaats vóór het tabernakel wordt altijd open gehouden, ook tijdens vieringen. Vooral koren en andere musici vragen wij hieraan mee te werken.

3. Niet-geconsacreerde en geconsacreerde hosties

Het Lichaam van Christus wordt uitsluitend bewaard in het tabernakel in daarvoor bestemde cibories en nooit in plastic dozen en dergelijke. Nog niet geconsacreerde hosties worden niet in het tabernakel bewaard, maar in de sacristie. Nooit mogen niet-geconsacreerde hosties worden vermengd met geconsacreerde Hosties. Het ligt voor de hand dat vooral gewijde bedienaren toegang hebben tot het tabernakel; het is de taak en verantwoordelijkheid van de pastoor hiervoor zorg te dragen. 

4. Liturgisch en geestelijk gebruik van kerkgebouwen

De mensen mogen merken dat het kerkgebouw met zijn liturgische inrichting een plaats is om God te ontmoeten en daarvoor is bestemd. Profaan gebruik van kerkgebouwen is dan ook niet gepast. Een kerk is niet te huur of te verhuren. Wanneer er concerten of andere voorstellingen dienen plaats te vinden, moet men erop letten, dat deze van religieuze aard zijn en in zekere mate een verkondigend en lofprijzend karakter hebben, waarbij het gepast is om ook enkele gebedsmomenten te houden (vg!. het Directorium over concerten in kerkgebouwen, 1987).

5. Het overbrengen van de H. Communie en de ziekencommunie

Het overbrengen van het lichaam van Christus, vanwege de ziekencommunie of een viering elders, dient met gepaste eerbied te gebeuren in een speciaal daarvoor bestemde en gezegende pyxis. Het behoort tot de gewone taak van de priester en diaken dit te doen. Indien dit noodzakelijk is, kan het gebeuren door een buitengewone bedienaar, die daarvoor de vereiste vorming heeft ontvangen. Men dient de Eucharistie direct over te brengen naar de plaats waar het uitreiken plaatsvindt en bij het communie-uitreiken dient men de daarvoor voorziene teksten van de Kerk te gebruiken (vgl. de instructie Redemptionis sacramentum, 133). Bij aankomst gaat men onmiddellijk over tot de ritus van het uitreiken van de communie.

6. Het bewaren van de Eucharistie

In geen geval mag de H. Communie thuis bewaard worden. Waar met toestemming van de bisschop het H. Sacrament bewaard wordt (vgl. Wetboek van Canoniek Recht, can. 934, § 1; Redemptionis sacramentum, 131), dient steeds een brand- en inbraakveilig tabernakel te zijn. Bij twijfel wende men zich tot de diocesane bisschop.

Geconsacreerde wijn moet steeds aan het eind van de viering volledig genuttigd worden (Redemptionis sacramentum, 102) en mag in geen geval bewaard worden. Wij herinneren hier aan wat wij al eerder schreven in Meewerken in het pastoraat: "Het is niet toegestaan de eucharistische gave van de geconsacreerde wijn in een Woord- en communieviering te gebruiken."

7. Voorwaarden voor het communiceren

Niet altijd hoeft of mag de H. Communie ontvangen worden. Communiceren vraagt dat men het geloof van de Kerk in de H. Eucharistie deelt en in staat van genade verkeert - zo nodig door voorafgaande biecht.

Wat betreft intercommunie houde men zich aan de richtlijnen die verwoord zijn in het Oecumenisch Directorium (1993, vooral nrs. 122-136).

Het kan raadzaam zijn om bij bijzondere gelegenheid voorafgaand aan het communiceren een kort woord uit te spreken over het waardig communiceren, zoals bijvoorbeeld gebeurde aan het eind van de Wereldjongerendagen 2005 in Keulen tijdens de mis met paus Benedictus XVI. Enkele modellen gelieve men hierbij aan te treffen. 

8. Communie onder beide gedaanten

Onder bepaalde voorwaarden is het communiceren onder beide gedaanten toegestaan. Wij verwachten dat u zich houdt aan de algemene bepalingen uit het Algemeen Statuut van het Romeins Missaal (nrs. 281-287) en van Redemptionis sacramentum (nr. 100-107).

In tegenstelling tot vroegere bepalingen en soms ingeburgerde gebruiken wijzen wij erop, dat het bij communie onder twee gedaanten niet is toegestaan dat de communicant zelf de heilige Hostie neemt en indoopt in de kelk met het heilig Bloed.

9. Vieringen van het Woord van God en communievieringen

In de Nederlandse situatie is op vele plaatsen het gebruik ingeburgerd om vieringen van het Woord van God of communievieringen te houden, ook waar niet sprake is van een noodsituatie. Het is van belang deze vieringen telkens weer te herijken op de viering van de Eucharistie.

We wijzen erop dat het houden van niet-eucharistische zondagsvieringen bij afwezigheid van een priester de goedkeuring vereist van de diocesane bisschop. Het is niet toegestaan om een vervangende zondagsviering bij afwezigheid van een priester te houden, als er in dezelfde kerk in hetzelfde weekend een Eucharistieviering plaats heeft gevonden of zal plaatsvinden - ook al is dat in een andere taal.

Het komt aan elke diocesane bisschop toe om met het oog op specifieke pastorale situaties in zijn bisdom de richtlijnen voor deze vieringen te specificeren (vgl. Meewerken in het pastoraat, p. 26), bij voorkeur afgestemd op een landelijke regeling.

10. Het communiceren buiten de H. Mis

De Kerk kent het gebruik van communie-uitreiken buiten de Eucharistie. Het is een groot goed dat gelovigen die niet in staat zijn om deel te nemen aan de Eucharistie, toch het Lichaam van Christus kunnen ontvangen. Toch dient men prudent van deze mogelijkheid gebruik te maken: vieringen van het Woord van God en communievieringen mogen natuurlijk nooit het vieren van de Eucharistie belemmeren, de communiegebeden dienen steeds kerkelijk goedgekeurd te zijn en men dient zich (ook op weekdagen) te houden aan het goedgekeurde rituale voor het uitreiken van de communie buiten de mis. 

11. Liturgische samenwerking tussen kleinere geloofsgemeenschappen

Het verminderd aantal praktiserende gelovigen daagt ons uit om de geloofsgemeenschap op te bouwen ook met medegelovigen over de grenzen van de eigen parochie heen. Op vele plaatsen heeft men de taak om tot grotere samenwerkingsverbanden te komen als een vruchtbare uitdaging ter hand genomen. Dit gebeurt op allerlei domeinen, en het is goed dit ook op liturgisch vlak te realiseren. Wanneer de mistijden op elkaar worden afgestemd, kunnen meer parochies elke zondag de Eucharistie in hun eigen midden vieren. Soms ­vooral bij belangrijke kerkelijke plechtigheden zoals tijdens het Paastriduüm - is het beter dat gelovigen van meerdere parochiekerken op één plaats samenkomen om de liturgie met inzet van alle mogelijkheden plechtig te vieren (zoals geformuleerd in het 'Missale Romanum' van 2002, p. 298). Dat is ook een grotere bemoediging voor de meer talrijke aanwezigen en geeft de mogelijkheid tot een meer luisterrijke viering. Wij bevelen aan om enerzijds de vitaliteit van de kleinere gemeenschap of groep te behouden en uit te diepen, en anderzijds deze te verbinden met andere gemeenschappen.

Wij hebben deze brief uitdrukkelijk bedoeld voor u, medebroeders in het priesterschap, vanwege de innerlijke verbondenheid van het priesterschap met het sacrament van de Eucharistie. Maar tegelijk richten wij ons tot u met het verzoek dit schrijven door te geven aan uw andere liturgische medewerkers en om met hen te zoeken naar de concrete wijze van realisatie.

De bereidwilligheid van alle priesters om zich in te zetten voor de verdieping van het eucharistische leven en de eucharistische spiritualiteit in de lijn van de bovenvermelde kerkelijke documenten en van onze herderlijke brieven wordt door ons ten zeerste gewaardeerd. Daardoor laten wij vanuit ons wijdingssacrament en vanuit ons priesterlijk dienstwerk zien hoe wij de viering van de Eucharistie beleven als het sacrament van Gods liefde en als zuivere bron en hoogtepunt van heel ons bestaan. 

Utrecht, 25 mei 2008

De bisschoppen van Nederland

 

VOORBEELDEN

VAN EEN UITNODIGING VOOR DE COMMUNIE

In de viering van de Eucharistie kan het nodig zijn om de aanwezigen bewust te maken van de betekenis van het communiceren in onze katholieke Kerk. Met onderstaande korte teksten geven wij u enkele modellen om tot een goede formulering te komen voor de uitnodiging tot de communie.

I.

In deze heilige Eucharistie voedt Christus ons met zijn Woord en met zijn Lichaam en Bloed. Wie dat ten volle gelooft en leeft in eenheid met Christus en zijn Kerk, is van harte uitgenodigd om Hem te ontvangen in dit sacrament.(Wie niet te communie kunnen gaan, omdat zij niet katholiek zijn of niet katholiek leven, kunnen zich toch in de geest aansluiten bij het grote geheim dat wij hier vieren.)

II.

De katholieke Kerk staat de eucharistische communie toe aan de katholiek gedoopten die in geloof en leven werkelijk met Christus en zijn Kerk verbonden zijn. (Wanneer die verbondenheid niet vertroebeld is door zware zonden, bent u tot de heilige communie uitgenodigd). 

III.

In deze viering van de katholieke Kerk zijn ook mensen van een andere levensovertuiging aanwezig. Het verheugt ons dat zij met ons mee willen bidden en vieren. Wat het communiceren betreft, nodigt de katholieke Kerk hen uit die katholiek zijn en als katholieken leven. Wij vragen u deze ordening te willen respecteren. Indien u niet te communie gaat - omdat u niet katholiek bent of om een andere reden - kunt u op uw plaats blijven zitten of naar voren komen om de zegen te vragen. (Wilt u dit laatste dan aangeven door uw handen kruiselings voor uw borst te houden.)

IV.

Voor een viering als deze komen vaak mensen van heel ver - mensen ook die in hun leven heel ver staan van de katholieke Kerk en haar geloof. Zij zijn allen van harte welkom en het wordt ten zeerste op prijs gesteld dat zij blijk geven van hun aanwezigheid. Het is het geloof van onze Kerk, dat de H. Hostie waarachtig het Lichaam van Christus is. De katholieke Kerk vraagt dat alleen zij te communie gaan, die katholiek zijn en ook daadwerkelijk katholiek leven. Het wordt dan ook gewaardeerd, als deze wens gerespecteerd wordt. Ook wie niet te communie gaat, kan zich in de geest aansluiten bij deze bijzondere gebeurtenis die ons heeft samengebracht.



 

(1) Er werd een nieuwe uitgave van het Romeins Missaal uitgevaardigd (2002), paus Johannes Paulus II heeft de Encycliek Ecclesia de Eucharistia (2003) geschreven, er is wereldwijd een jaar toegewijd aan de Eucharistie (2004-2005), ingeluid met het apostolisch schrijven Mane nobiscum Domine (2004) en besloten met een synode hieraan gewijd (2005) en paus Benedictus XVI heeft zijn post-synodaal schrijven gewijd aan de Eucharistie als het sacrament van de liefde (2007).

Als Nederlandse bisschoppen hebben wij voordien in 1999 in Meewerken in het pastoraat liturgische suggesties gedaan voor de situatie in ons land. In 2004 hebben wij een schrijven doen uitgaan met aanbevelingen over de Eucharistie n.a.v. de Romeinse instructie Redemptionis sacramentum; verder hebben wij gekozen voor de uitgave van een Missale Parvum als opstap naar de volledige uitgave van het Romeins Missaal van 2002; ook wordt er gewerkt aan een repertorium van geschikte en goedgekeurde liederen voor de Eucharistie.

 

 

 

Reacties

Met blijdschap heb ik uw reactie gelezen. Eindelijk, dacht ik, er wordt gereageerd vanuit de kerk zelf! Kortgeleden ben ik van de inhoud van de bisschoppelijke richtlijnen omtrent de liturgie op de hoogte gesteld. Voor onze federatie houdt het in, dat onze pastoraal werkenden in de komende Goede Week niet meer mogen voorgaan. Dit is straks uitsluitend voorbehouden aan de gewijde priesters. Wat gebeurt er toch met onze kerk? Nu zijn het de pastoraal werkenden, die opzij geschoven worden, die als tweederangs personen worden weggezet. Wat volgt? Zelf ga ik als gelovige parochiaan al 12 jaar voor in vieringen van gebed, van woord en communie en in avondwakes. Ook de vrijwilligers zien de bui al hangen, ook voor hen is er straks geen plaats meer. Wat triest dat ons pastorale team al voor de fanfare uitloopt, geen protest, slechts gehoorzaamheid. Waarom wordt er niet geprotesteerd? 32e zondag, arme Jezus, hij zit te kijken bij het offerblok en ziet slechts....Kerk, anno 2012.
adrie stokman - Zevenhoven



Reactie plaatsen

Reglement

  • Alle reacties worden vóór publicatie door de redactie beoordeeld. Wij behouden ons het recht voor reacties te weigeren of in te korten zonder opgaaf van redenen.
  • Een inzending mag maximaal 1000 tekens bevatten en moet goed leesbaar zijn.
  • Lees andere inzendingen zodat u in uw reactie niet in herhaling vervalt maar nieuwe argumenten geeft. De reactie moet inhoudelijk zijn en iets waardevols toevoegen aan het artikel. Dus bijvoorbeeld geen agressief taalgebruik.
Naam  
E-mailadres  
Plaats  
Uw reactie  
Gebruik maximaal 1000 tekens. U hebt nog 1000 tekens tekens.
Captcha  
   

Terug naar "Liturgie" | Naar boven

Disclaimer
EnglishDeutschFrancaisEspanol