Religie door atheïsten, kan dat?  
Home > Thema's > Religies en levensbeschouwingen > Christendom en Humanisme > Religie door atheïsten, kan dat?
Dr. Marcel Poorthuis
5/7/06

Religie door atheïsten, kan dat?

Natuurlijk, de atheïst ontkent de afgoden, verwerpt de knechting en horigheid die aan infantiele religiositeit ten grondslag ligt en is als zodanig misschien zelfs een bondgenoot van de gelovige zoekers naar een ‘godsdienst van volwassenen’. Al Abraham verbrijzelt als jonge man de handel van zijn vader die een winkel in afgoden had. Abraham, vader der gelovigen of vader der atheïsten? Het kan beide, zoals hij zowel de initiator van religieuze volwassenheid als de aanstichter van intolerantie genoemd kan worden.

Maar heden ten dage gaat de inbreng van atheïsten over religie verder. Het is niet overdreven te zeggen dat de moderne samenleving meer vertrouwen lijkt te hebben in hun kijk op religie dan in die van theologen. Voor me ligt een luxueuze cassette met een flink aantal cd’s. Colleges van de atheïst Herman Philipse over godsdienstfilosofie. Merkwaardig, ik dacht dat het denken van Philipse hierover benijdenswaardig beknopt was: de gelovige is niet zelf verantwoordelijk voor zijn leven, daar komt het bij hem ongeveer op neer. Religieuze noties zoals bij de joodse filosoof Levinas, die stelt dat de transcendente ervaring waarover de religie rept, juist een uiterste verantwoordelijkheid van de mens voor de ander impliceert in wie het Gods beeld ontwaart – (dat hij niet bij zichzelf kan waarnemen, behalve in de spiegel, symbool van afgoderij), spelen bij Philipse geen rol. Dat de Mensenzoon - zelfs ongeweten - ontmoet kan worden in de arme, in de troost die je een rouwende biedt, het is de bijbelse visie op religie als inzet voor humaniteit, maar Philipse kan er alleen maar een list van de religie in zien om alsnog bij atheïsten in het gevlij te komen.

Lastiger nog dan deze notoire atheïsten die niettemin veel energie besteden aan religie (denk ook maar aan Cliteur, wiens religiebegrip al evenzeer uitblinkt door eenvoud) zijn de filosofen die van-huis-uit-katholiek zijn. Zijn er trouwens nog katholieken die niet dat van-huis-uit als excuus toevoegen? Veel van deze filosofen hebben afscheid genomen van de godsdienst van hun jeugd die in hun beschrijving dan ook jeugdig klinkt en meer melkkost verraadt dan vast voedsel.

De Stoa, dubbelganger van het christendom?

De Stoa dient opmerkelijk vaak als alternatief, hetgeen eens te meer verbaast omdat die doorgaans sterk overeenkomt met vroegchristelijk denken. Een Clemens van Alexandrië doorspekte zijn werk met hellenistische filosofen en is alleen al daarom een schatkamer van citaten. Lastig is dat die overeenkomst tussen christendom en Stoa doorgaans niet de beste elementen van het christendom betreft, maar precies die punten waarop het bijbelse tegoed mijns inziens buiten beeld raakt: afkeer van genieten, schaamte voor de seksualiteit die onder de maat van de rede zou zijn (alsof dat niet juist het heerlijke ervan is); een proclamatie van een abstract kosmopolitisme die de culturele verworvenheden en religieuze traditie als toevallige aanslibsels afdoet en onder de maat blijft van het gebod van naastenliefde dat de concrete mens tegenover mij betreft. Profetische zorg om een rechtvaardige samenleving zoals de bijbel die kent wordt tot een streven naar innerlijk evenwicht (ataraxia), het schandaal van de armoede tot een kwestie van ‘hoe je ermee omgaat’.

De Franse filosoof Pierre Hadoth die in vroeger tijd nog teksten van kerkvaders uitgaf, spant zich nu in om de Stoa zo voor het voetlicht te halen dat het wel christendom lijkt. In de Stoa is filosofie veel meer dan louter een intellectueel theoretisch inzicht, betoogt hij: er is een kosmisch-religieuze spiritualiteit, een weg van geestelijke vorming die afgelegd kan worden, er is de zorg om het goede leven, een gemeenschap van mede-‘gelovigen’ en zelfs rituelen en liturgie ontbreken niet, althans op papier.

Rituelen zonder geloof

Of de van-huis-uit-katholiek geeft zich over aan een weemakend gemijmer over rituelen die zouden werken ook al geloof je er niet in. Zo glijdt het geloof in God rustig weg, de dagelijkse discipline van het geloof staat ver van je af en toch kun je als filosoof je hoofd schudden om die militante atheïst. Of is de laatste misschien dan toch te prefereren? Ik denk dat onze filosoof en katholiek-van-huis-uit hier slachtoffer is van een misverstand: rituelen hebben in tegenstelling tot zowat alle andere handelingen, de eigenschap dat ze tegelijkertijd totaal nutteloos zijn én van het hoogste belang. Terwijl de filosoof en van-huis-uit-katholiek mild mijmert over de eerste eigenschap vergeet hij de laatste die zelfs met bloed is betaald. Besnijdenis, geen varkensvlees, het nuttigen van de hostie, niet buigen voor beelden, het zijn handelingen van niks waarvoor mensen niettemin bereid zijn geweest hun leven te geven. Lees er de boeken der Maccabeeën, de heiligenlevens en de martelaarsakten maar op na.

Niet zelden is het de ‘man met de hamer’ geweest die bij deze katholieken-van-huis-uit het geloof eruit geslagen heeft. Hier zou men nader willen vernemen: betrof het een moraal van opoffering die door de filosoof Nietzsche als onderdrukkend en mensvijandig werd ontmaskerd? Inderdaad kan deze moraal niet gepreekt worden en als universeel ideaal aan de ander worden voorgehouden. Toch kan niemand zich aan de grootsheid ervan onttrekken als je bijvoorbeeld hoort hoe een onbekende bij de ramp op de veerboot de Herald of Free Enterprise, opvarenden door een hoge patrijspoort naar de vrijheid heeft geduwd en zelf is achtergebleven. Zou de ‘man met de hamer’ juist deze ervaringen in hun oorspronkelijke zuiverheid weer voor het voetlicht willen brengen? Of bestaat in deze geen zuiverheid? Betreft de boodschap van opoffering, van: “wie zijn leven verliest die zal het vinden”, alleen mijzelf en ben ik in dat opzicht een eenzame gelovige? Hoe dan ook is het debat tussen heteronomie en autonomie nog niet beslecht ten gunste van loutere zelfontplooiing, waarbij de ander gemakkelijk als element daarvan wordt ‘benut’. Zo’n hamer treft natuurlijk des te harder als dat katholieke geloof toch al weinig bijbelse verworteling en persoonlijke doorleefdheid kende, zoals in een collectief beleefde religie als het katholicisme nog wel eens het geval was.

Atheïsten over religie

Wat te doen met het atheïstische perspectief op de religie?(1) We zouden het kunnen houden bij de oude Chinese wijsheid van Tschuang-Tse: “aan een blinde vraag je niet over een schilderij en een dove nodig je niet op een zangfeest uit”. Laten die niet-gelovigen zich buiten de religie houden. Het is ook vermoeiend om elke keer enkele basiselementen van de religie weer als gloednieuwe inzichten toegediend te krijgen, waarbij met nadruk wordt verzekerd dat men maar terloops heeft gekeken naar theologie, dit alles als aanbeveling bedoeld.

Toch zouden we juist de pointe missen als we schouderophalend aan de populariteit van atheïsten over religie zouden voorbijgaan: feit blijft immers dat juist degenen die erbuiten staan veel krediet krijgen als het over religie gaat, terwijl de theologen steeds minder in beeld zijn. Het gaat hier om een breed verschijnsel dat veel zegt over onze moderne samenleving en dat ons te denken moet geven. Kijk maar eens naar de recente verschuivingen in het theologische landschap van de universitaire opleidingen: van theologie naar godsdienst-en-geesteswetenschappen, van een benadering van binnenuit (die al gauw als bevooroordeeld of onvrij wordt afgewezen) naar een benadering van buitenaf die het aureool van wetenschappelijkheid gemakkelijker verwerft. Een en ander betekent dat als theologen de moderne mens nog willen bereiken, zij de positie van insiders telkens weer zullen moeten verlaten. Zich vermeien in een taal die slechts voor ingewijden toegankelijk is, betekent het doodvonnis voor de theologie. Theologen zullen zelf buitenstaanders-met-de-buitenstaanders moeten worden en hun aarzelingen en problemen tot de hunne dienen te maken. Telkens zullen ze als geduldige waterdragers de beweging van buiten naar binnen en vice versa moeten afleggen alsof ze nog maar beginnelingen zijn in de theologie. Die ervaring kan pijnlijk zijn. Een dualisme van de onwetende buitenwereld versus de echte theologen die het wel weten is verleidelijker. Toch treedt alleen door de pendelbeweging communicatie op met de moderne samenleving en kan theologie weer die veeleisende meesteres worden die ze behoort te zijn.

Marcel Poorthuis



(1) In de bundel Religie en humanisme (onder redactie van Th. De Wit, J. Duyndam en M. Poorthuis, Eburon 2005), staan een heel aantal opvattingen over de verhouding van religie en humanisme naast elkaar. Het doel, een werkelijke confrontatie, wordt soms ook nog gehaald. Het nieuwe humanisme staat positief tegenover religie, maar zeer argwanend tegen elke vorm van institutionalisering, zelfs tegen die van het humanisme zelf. Daarover zou de discussie in de toekomst moeten gaan: wat is de houdbaarheid van religie zonder institutionalisering en wat is de corrumperende invloed van institutionalisering op religie?


Reactie plaatsen

Reglement

  • Alle reacties worden vóór publicatie door de redactie beoordeeld. Wij behouden ons het recht voor reacties te weigeren of in te korten zonder opgaaf van redenen.
  • Een inzending mag maximaal 1000 tekens bevatten en moet goed leesbaar zijn.
  • Lees andere inzendingen zodat u in uw reactie niet in herhaling vervalt maar nieuwe argumenten geeft. De reactie moet inhoudelijk zijn en iets waardevols toevoegen aan het artikel. Dus bijvoorbeeld geen agressief taalgebruik.
Naam  
E-mailadres  
Plaats  
Uw reactie  
Gebruik maximaal 1000 tekens. U hebt nog 1000 tekens tekens.
Captcha  
   

Terug naar "Christendom en Humanisme" | Naar boven

Disclaimer
EnglishDeutschFrancaisEspanol