Joden wel dan niet bekeren: het Nederlands episcopaat doet geen expliciete uitspraak  
Home > Thema's > Religies en levensbeschouwingen > Christendom en Jodendom > Joden wel dan niet bekeren: het Nederlands epis...
Dhr. Binjamin Heyl (gastcommentator)
19/2/07

Joden wel dan niet bekeren: het Nederlands episcopaat doet geen expliciete uitspraak

Er is op verschillende niveaus binnen de Rooms-Katholieke Kerk en in vele landen een dialoog ontstaan tussen haar en de joodse gemeenschappen. De resultaten zijn hoopvol en bemoedigend. Ook in Nederland zien we deze ontwikkeling. We kunnen hierbij denken aan het OJEC, Overlegorgaan Joden En Christenen, opgericht in 1982. In het OJEC participeert van rooms-katholieke zijde de KRI, de Katholieke Raad voor Israël. Het Nederlandse episcopaat heeft inmiddels drie brieven geschreven omtrent de relatie tussen haar en de joodse gemeenschappen hier te lande*.

Van joodse zijde is er weinig tot nauwelijks enige belangstelling voor deze dialoog. Een van de redenen is dat nog steeds het idee heerst dat het toch uiteindelijk weer zal gebeuren dat wij bekeerd dienen te worden. Anders gezegd: Kun je christenen wel vertrouwen, hoe denken ze over een aantal jaren. Bezwerende woorden en mooie brieven hebben weinig invloed als niet expliciet verklaard wordt dat bekeren niet meer hoeft, niet meer mag. Dat het willen bekeren van joden indruist tegen de rooms-katholieke leer. Van het Nederlandse episcopaat hoeven we een expliciete uitspraak niet te verwachten. Kennelijk is het episcopaat op dit punt verdeeld en moet naar buiten toe de broederlijke eenheid in Christus getoond worden en wordt dit aspect buiten beeld gehouden. Als we kijken naar de statuten van het OJEC zien we dat een expliciete uitspraak op dit punt er hier ook niet in zit. 

Dat het Nederlandse episcopaat niet tot een expliciete uitspraak komt omtrent het wel dan niet bekeren van joden tot het christendom (en bij voorkeur tot de Romana) kan niet verbazen wanneer door Mgr. Hurkmans gesteld wordt dat de volle waarheid van Godswege alleen aan de Rooms-Katholieke Kerk is gegeven en dat het haar opdracht is allen tot deze waarheid te voeren: “Er zijn sporen van waarheid aanwezig in andere godsdiensten. Maar we moeten tot de volle waarheid komen” (Trouw, 4 mei 2004). Het woordje “we” zou kunnen slaan op de katholieken. Wij katholieken moeten tot de volle waarheid komen. Maar als we kijken naar de voorafgaande zin kan geconcludeerd worden dat alle mensen, wereldwijd, tot het ware geloof gevoerd moeten worden. Joden niet uitgesloten. Het sluit aan bij hetgeen kardinaal Simonis en Mgr. Punt reeds verklaarden over de vraag of joden wel dan niet bekeerd dienen te worden: “...Dit concilie (Tweede Vaticaans concilie, 1962-1965) gaat ervan uit dat andere godsdiensten benaderd dienen te worden in een geest van dialoog en missie... Gods openbaring in Jezus Christus vormt de vervulling waarvan het Oude Testament getuigt. De apostel Paulus hoopt dat Israël Jezus zal erkennen als de Christus... Missioneren in de zin van missionarissen zenden naar Israël doet de Romana natuurlijk niet...” (Kardinaal Simonis 19-03-2001; 02-05-2001). Mgr. Punt stelde het als volgt: “...dat de joden zonder het zelf te weten reeds op de weg lopen die Christus voor hen gebaand heeft...” (augustus 2002). Dus niks dialoog, missioneren. Dialoog als moderne bekeringstechniek. Januari 2006 legde in Tribune Mgr. de Jong nog eens duidelijk uit dat alle mensen, wereldwijd, te beginnen in Nederland, zich tot de Romana dienen te bekeren wat hem betreft: “...Als het aan mij ligt wordt heel Nederland katholiek. Dan hebben we dezelfde godsdienst en ontstaan er in elk geval geen godsdienstoorlogen. Vergelijk het hiermee, als ik een medicijn voor malaria zou hebben uitgevonden, zou ik willen dat de hele wereld het wist. Zo vind ik het jammer dat er mensen zijn die Jezus nog niet kennen...”

Op 26-11-2002 berichtte de Nederlandse Bisschoppenconferentie dat uitspraken gedaan door individuele bisschoppen niet in strijd zijn met de bisschoppelijke brieven omdat de bisschoppen daar hun handtekening onder gezet hebben. In mijn ogen doet de Nederlandse Bisschoppenconferentie er alles aan om tegenstellingen onder de pet te houden en naar buiten toe de schijn op te houden dat de broederlijke eenheid in Christus onaantastbaar is, ongeacht wat individuele bisschoppen verkondigen via de media. Ook de KRI kwam er niet uit en maakte via haar studiesecretaris aan mij het volgende bekend: “...Joden wel dan niet bekeren is nog geen uitgemaakte zaak binnen de Catholica...” (april 2004). Dat de KRI het vervolgens oneens is met het Nederlandse episcopaat maakte Hein-Jan van Ogtrop, bij zijn afscheid als voorzitter (2004), het Nederlandse episcopaat in één enkele opmerking duidelijk: “...Zonder het jodendom kan het christendom niet voortbestaan...” Volgens de KRI betekent dat dus dat joden bekeren tot het christendom inhoudt de hand slaan aan het christendom zelf. Uit bovenstaande blijkt dat deze visie niet gedragen wordt door alle bisschoppen binnen het Nederlandse episcopaat. Het Nederlandse episcopaat heeft zich dan ook duidelijk niet aangesloten bij de uitspraak van katholieke leiders in Amerika die stellen dat: “... campagnes die bedoeld zijn om joden tot het christendom te bekeren voor de Rooms-Katholieke Kerk niet langer theologisch aanvaardbaar zijn...”   

In 2006 deed de KRI via haar blad Kroniek een oproep aan het Nederlandse episcopaat om expliciet uit te spreken “dat zending onder joden een inbreuk is op het verbond van God met het volk Israël” en licht deze oproep nader toe: “Jodendom en christendom hebben veel gemeenschappelijk. Tegelijk zijn kerk en synagoge twee onderscheiden wegen gegaan, elk in verdere diversiteit. Dankzij de verschillen hebben het joodse volk en de christelijke kerk elk een eigen rol in Gods plan met de wereld. Ook al blijft dit ten dele een mysterie. De uitverkiezing van het joodse volk is door Christus niet ongedaan gemaakt. Ook wanneer zij niet in Jezus als Messias geloven, blijven de joden toch in het verbond met God. Daarom is christelijke zending onder joden een inbreuk op het verbond van God met het volk van Israël. Niet missionering maar dialoog is de grondhouding van katholieken jegens joden.” De bovengenoemde uitspraken van individuele bisschoppen worden door het KRI bestuur, bij monde van haar voorzitter dan ook afgedaan als “ouwe koeien”. Het standpunt van de KRI is duidelijk, het is ook duidelijk dat het Nederlandse episcopaat weigert de KRI in deze te volgen.  

Laten we hopen dat het Nederlandse episcopaat de KRI in haar visie ten aanzien van dit onderwerp eens wenst te volgen. Hoe eerder hoe beter, dunkt mij. Wellicht een vierde brief die dan vervolgens in alle parochies voorgelezen wordt en bediscussieerd en uiteraard zou dit kunnen gebeuren bij allerlei ambtsopleidingen en catechesecursussen. Ik vrees echter dat dit onmogelijk is. Ik vermoed dat er nog bisschoppen zijn die zich te veel vast klampen aan “ouwe koeien” en dat een expliciete uitspraak er niet in zit.  De broederlijke eenheid in Christus moet voor de buitenwereld onaangetast blijven.

Binjamin Heyl

* Levend uit één zelfde wortel (1995); Levend met één zelfde hoop (1999). In 2005 verscheen een brief waarin het Nederlandse episcopaat stelt dat het jodendom een wezenlijke levende bijdrage levert aan kerk en wereld. De bisschoppen roepen op tot leren en tot zelfkritiek.


Reactie plaatsen

Reglement

  • Alle reacties worden vóór publicatie door de redactie beoordeeld. Wij behouden ons het recht voor reacties te weigeren of in te korten zonder opgaaf van redenen.
  • Een inzending mag maximaal 1000 tekens bevatten en moet goed leesbaar zijn.
  • Lees andere inzendingen zodat u in uw reactie niet in herhaling vervalt maar nieuwe argumenten geeft. De reactie moet inhoudelijk zijn en iets waardevols toevoegen aan het artikel. Dus bijvoorbeeld geen agressief taalgebruik.
Naam  
E-mailadres  
Plaats  
Uw reactie  
Gebruik maximaal 1000 tekens. U hebt nog 1000 tekens tekens.
Captcha  
   

Terug naar "Christendom en Jodendom" | Naar boven

Disclaimer
EnglishDeutschFrancaisEspanol