Academische vorming priesterstudenten noodzakelijk  
Home > Thema's > Ambten > Academische vorming priesterstudenten noodzakelijk

Academische vorming priesterstudenten noodzakelijk

De opheffing van de Utrechtse priesteropleiding, het Ariënskonvikt, is een slechte zaak voor theologisch en gelovig Nederland. De academische vorming van priesterstudenten blijft noodzakelijk.

De beslissing van aartsbisschop Eijk om zijn priesterstudenten niet langer aan de Faculteit Katholieke theologie te laten studeren, maar in de bossen van het seminarie de Tiltenberg, heeft voor het nodige tumult gezorgd. Allereerst wekte het verbazing dat Eijk, zelf grootkanselier van de Faculteit Katholieke Theologie, zijn studenten naar een seminarie stuurt. De mogelijkheid dat zijn studenten vanuit de Tiltenberg bij Haarlem hun studie in Utrecht vervolgen lijkt immers wel heel klein. Intussen blijft de Faculteit Katholieke theologie de enige door Rome goedgekeurde ambtsopleiding die tevens voluit academisch wetenschappelijk is. Dat betekent niet louter godsdienstwetenschappen zonder een levende band met het geloof. Dat betekent ook: geen pastoraat zonder een grondige confrontatie met moderne academische wetenschap. Deze unieke combinatie is zowel voor de theologie als voor de samenleving van groot belang, ook (of juist!) als de samenleving daar minder oog voor heeft.

Intussen blijft één kwestie bij alle tumult onderbelicht: wat zijn de voordelen van een seminarie, wat de voordelen van een convict? Wij menen dat het hier niet gaat om een of-of. Het convictmodel kent een spiritueel samenleven van de studenten waarbijl hun studie grotendeels op de universiteit wordt gevolgd, aan een theologische faculteit dus. Dat betekent dat deze priesterstudenten de collegebanken delen met de grote groep studenten, mannen en vrouwen, die wellicht ook het pastoraat in willen, dan wel in media, onderwijs, hulpverlening en beleidsfuncties of wetenschap werkzaam willen zijn. Het contact van priesterstudenten met deze moderne context kán een bedreiging vormen voor hun celibaat, maar alleen als dat celibaat sowieso geen positieve spirituele keuze behelst, maar gebaseerd is op een angstvallig afhouden van affectiviteit.

Het seminarie biedt bescherming van het celibaat, maar die is wellicht schijnbaar: de afwezigheid van vrouwen in het dagelijks leven kan immers niet het hele leven worden volgehouden. Deze priesters worden wel geacht in het pastoraat te functioneren! Ook een seminarie kan priesterstudenten goed begeleiden in hun keuze voor het celibaat, maar het lijkt wenselijk dat het convictmodel minstens enkele jaren als leefvorm wordt gepraktiseerd, ook voor seminariestudenten. De locatie in de grote stad zal een noodzakelijke aanvulling vormen op de gezonde boslucht van het seminarie, als men tenminste als priester onder de mensen wil verkeren. Dit wat betreft de sociale kant van convict en seminarie.

Dan is er de kwestie van het academische niveau. De priesteropleiding heeft van oudsher een mengeling te zien gegeven van echte academische wetenschap en een meer beroepsgerichte opleiding, zeg maar HBO. Lang niet alle priesterstudenten hebben de wetenschappelijke ambitie om de talen Grieks, Latijn, Hebreeuws te leren, zich grondig in moderne filosofie te verdiepen, geloof in de moderne samenleving te bestuderen aan de hand van godsdienstpsychologie en –sociologie. Theologie is een veeleisende en breed georiënteerde studie, die op academisch niveau heel wat vraagt van de student. Toch lijkt het zowel voor de theologie en voor de samenleving van groot belang dat er mensen zijn die op academisch niveau en staande in de maatschappij het debat over levensvragen kunnen aangaan. Dat de samenleving zelf de theologie nogal eens de rug toekeert, maakt de positie van de academische theologie natuurlijk zwakker en versterkt de neiging om in het seminarie de veilige toevlucht te zoeken.

Wij zien op twee manieren een vruchtbaar samengaan van priesteropleiding seminarie en academische theologie:

In stand houden van het convictmodel, eventueel op financieel bescheiden schaal en sobere levensstijl, om zo priesterstudenten direct met de academische theologie in contact te houden. Ten tweede: de beste seminariestudenten zouden enkele jaren aan de Faculteit Katholieke Theologie hun studie moeten vervolgen. De pretentie van het seminarie Tiltenberg dat ook daar theologie op academisch niveau bedreven wordt, kan nauwelijks uit publicaties worden gestaafd. Een visitatiecommissie vanuit de universiteit zou daarin helderheid kunnen scheppen. Evenmin komen uit het seminarie Tiltenberg theologen voort die in het maatschappelijk debat hun partijtje weten mee te blazen. De Faculteit Katholieke Theologie daarentegen combineert de ambtsopleiding met een zeer breed aanbod van theologie op academisch niveau, en leidt op voor pastoraat, onderwijs, media, wetenschappelijk theologisch onderzoek op het hoogste niveau en nog veel meer. Daarin brengt de beslissing van aartsbisschop Eijk geen verandering: de FKT blijft de enig goedgekeurde ambtsopleiding op echt academisch niveau in Nederland en is dus van groot belang voor de toekomst van de theologie. Zowel priesterstudenten uit de diverse bisdommen als breed theologisch geïnteresseerde studenten blijven bij ons van harte welkom. Er is geen sprake van dat de Faculteit Katholieke theologie door de beslissing van Eijk in het voortbestaan wordt bedreigd. En nog steeds geldt dat excellente seminariestudenten zich bij ons verder kunnen specialiseren.

Marcel Poorthuis en Frank Bosman

Dr. Marcel Poorthuis en drs. Frank Bosman zijn theoloog en verbonden aan de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg. Bosman houdt een overzicht bij van de ontwikkelingen op zijn weblog.



Op dit moment zijn er nog geen bijdragen voor dit thema.

Terug naar "Ambten" | Naar boven

Disclaimer
EnglishDeutschFrancaisEspanol